Missie van de Kangoeroe

  Missie

De Kangoeroe thuisbegeleiding wil op een professionele
manier ambulante begeleiding bieden aan kinderen,
jongeren en volwassenen met een motorische ontwikkelingsproblematiek
of handicap.

Vroeg starten

Wekelijks bellen er verschillende gezinnen met een vraag voor begeleiding.

 

Voor gezinnen met kinderen tussen 0 en 6 jaar proberen we binnen de week na aanmelding een eerste huisbezoek te plannen. We beseffen het grote belang van een vroege en snelle hulpverlening bij jonge kinderen met een risico op of vermoeden van handicap. Er leeft geen grote behoefte aan informatie bij de gezinnen maar vooral de vraag “wat kunnen we doen?” staat op de voorgrond. Ongerustheid, angst, bezorgdheid, schuldgevoelens,… zorgen voor een geladen periode waarin ouders snel hulp willen krijgen: “wat kunnen we doen, hoe kunnen we het doen en hoe kunnen we het “goed” doen?”

 
Bij onze volwassen cliënten met een niet-aangeboren hersenletsel leven dezelfde vragen. Door een plotse gebeurtenis staan zij totaal onvoorbereid in een andere wereld. Vroege en snelle hulp is daar even belangrijk als bij het jonge kind. Onze middelen zijn voorlopig echter nog te beperkt zodat wij deze mensen tegen onze zin in naar de wachtlijst moeten verwijzen.
 
Enkele voorbeelden 

De mama van Niels maakt zich ongerust. Niels is één jaar en zit nog niet zelfstandig. Niels lijkt wat trager dan andere kinderen en vertoont soms ook eigenaardig gedrag. Hij is bang om te gaan slapen, hij is bang van andere kinderen, hij is bang van nieuwe dingen. Tijdens een bezoek aan de pediater stelt deze vast dat Niels een te lage spierspanning heeft. Zij bevestigt de mama in haar vermoeden van een motorische ontwikkelingsvertraging maar kan voorlopig geen oorzaak detecteren. Zij verkiest de Kangoeroe in te schakelen voor de stimulatie van de motoriek en de aanpak van het gedrag van Niels. Afhankelijk van de evolutie zal zij verdere diagnostische onderzoeken voorstellen. Zij vraagt de mama expliciet te vragen dat de Kangoeroe haar via verslaggeving op de hoogte houdt van de evolutie.

Frieda (39) meldt zich aan bij de Kangoeroe na een rugoperatie die niet het gewenste resultaat opleverde. Frieda is nu verlamd aan de onderste ledematen en zal voortaan alles moeten organiseren vanuit de rolwagen. Zij heeft drie kleine kinderen.

Begeleiding aan huis.

Een zeer specifiek kenmerk van onze dienstverlening is dat de begeleiding aan huis gebeurt.

De meeste ouders spreken enkel over voordelen van een begeleiding aan huis. “Ik vind het heel goed, in die zin dat ze onmiddellijk de situatie hier zien”, zegt de mama van Ellen. De papa van Thibau vindt het positief omdat het kind zich dan het meest op zijn gemak voelt. De mama voegt eraan toe: “Omdat ze zien wat je hebt van materiaal. Ze gaan daarmee werken en jij kan daar een stuk op voortbouwen.” Ouders zijn gewoon blij dat ze niet zelf nog eens ergens naartoe moeten. “Want op den duur is ’t veel, hoor: vele dokterconsultaties, therapie, geneesheer-adviseur voor de verhoogde kinderbijslag, centrum voor ontwikkelingsstoornissen,…” Er zijn ouders die aanvankelijk vreesden dat het vervelend zou zijn om begeleiders thuis te ontvangen, “maar de ervaring leerde ons snel het tegendeel”, zeggen de ouders van Myrthe.

  Visie

De Kangoeroe wil blijven innoveren in de
dienstverleningssector, vooral in onze visie op mensbeeld
en onze visie op handicap en begeleidingsmogelijkheden
vanuit het reguliere en alternatieve circuit.

De Kangoeroe bekijkt de problemen in hun samenhang. Wij doen niet mee aan de hokjesmentaliteit waarbij alle aspecten van een probleem eindeloos opgesplitst worden. Het kind in zijn geheel en zijn gezin blijft voor ons het uitgangspunt van de hulpverlening. Niet enkel “wat heeft dit kind?” maar vooral “wie is dit kind ?” zijn hierbij oriënterende vragen. Een functiebeperking of handicap bekijken we als een uitvergroting van een algemeen menselijk kenmerk naast alle andere menselijke kwaliteiten, eerder dan een afwijking of abnormaliteit. In onze begeleiding kiezen we dan ook voor twee vaste begeleiders per gezin die vanuit diverse achtergronden naar het kind en zijn gezin in zijn totaliteit kijken.

Een moeder vertelt
Het feit dat je kind “anders” is, legt een grote druk op het gezin. Niemand begrijpt je beter dan de mensen van de thuisbegeleiding. Zij komen bij je thuis en kunnen je bijstaan met raad en daad. Soms wordt je kind door familie en vrienden “scheef” bekeken en leer je via de thuisbegeleidster hoe je je kind beter kunt wapenen tegen een “harde” maatschappij.

Een papa vertelt

Thuisbegeleiding is anders. Het is een continue begeleiding door steeds dezelfde twee personen die je kind vanaf zeer jonge leeftijd kennen en ook je gezin en je leefomgeving. Deze mensen zijn van vele zaken op de hoogte: de handicap, de ontwikkelingsproblemen, de administratie maar ook de psychologische moeilijkheden ... Zij kennen hun weg in het hulpverleningslandschap en ze begeleiden je hierin. Zij hebben ook aandacht voor het hele gezin: broers, zussen, ouders en zelfs grootouders. Je kunt met vele vragen bij steeds dezelfde mensen terecht waardoor er vertrouwen groeit en je ook durft steun en raad te vragen bij meer emotionele problemen …en dat is voor ouders en kinderen toch het allerbelangrijkste. Een goede rolwagen adviseren is één zaak maar leren omgaan met het feit dat je kind in die rolwagen zal moeten zitten is andere koek.

Francis wil mee fietsen
Francis was vroeger in begeleiding bij de Kangoeroe. De ouders nemen terug contact op omdat zij met Francis willen gaan fietsen als  het goed weer wordt. Hij groeide uit zijn aangepast kinderstoeltje en ze zijn op zoek naar een aanhangsysteem. Een gespecialiseerde firma stelde een grote buggy voor die achter de fiets vastgehaakt kon worden maar die was zeer duur. De Kangoeroe stelt de ouders voor om een duofiets uit te proberen. Een duofiets is een aanpasbare tandem waarop een volwassen persoon en een kind kunnen rijden. De ouders reageren met ongeloof want zij zien dit niet haalbaar voor hun zoon. Na wat sleutelen en aanpassen zit Francis op de tandem. Hij is nog bang en vindt het niet leuk, maar het lukt. Vanuit de Kangoeroe laten we de fiets thuis achter zodat mama nog een paar keer kan oefenen. Eén dag later krijgen we telefoon van een enthousiaste mama. Francis vindt het leuk op de fiets. Zij willen een duofiets kopen. Door deze pragmatische aanpak van aanpassen en uitproberen, maakt Francis een grote sprong vooruit. Hij kan nu actief meefietsen in plaats van passief te zitten. Voor het gezin is het helemaal leuk. Een duofiets is veel minder duur en minder omslachtig dan het aanhangsysteem. Bij het afhalen van onze tandem plakte een briefje op het zadel. Mama schreef hierop: Hoi, lieve Kangoeroe, Bedankt voor je goede voorstel om een tandem te proberen!! Ik zie het helemaal zitten. We zaten zo al in een gewoontepatroon bij Francis, dat je gewoon de nieuwe mogelijkheden niet ziet. En jij was de frisse wind die weer een oud stuk heeft weggeblazen.
Dank je wel.

 Waarden

Een model van partnerschap tussen de cliënt en de professioneel.

Het dubbel-tweezijdig begeleidingsmodel waarbij dubbel staat voor de persoon en zijn omgeving en tweezijdig slaat op enerzijds therapeutisch gericht anderzijds emancipatorisch.

Aandacht voor de eigenheid van de cliënt naar denken, voelen en willen.

Een model van partnerschap tussen de cliënt en de professioneel

 De gelijkwaardigheid tussen cliënten en thuisbegeleiders is belangrijk. De Kangoeroe streeft een professionele deskundigheid na, maar wil deze kennis niet misbruiken in zijn contacten met de gezinnen. Wij dragen een respectvolle benadering op basis van gelijkwaardigheid hoog in het vaandel. De beleving van de kinderen en ouders, hun intenties en hun ideeën zijn even belangrijk. Samen zoeken we naar de optimale weg op maat van het gezin en het kind.

De ouders van Zoë zijn zeer zorgzaam voor hun ernstig meervoudig gehandicapt kindje. Bij Zoë, amper enkele levensweken oud, werd een zeer ernstige afwijking vastgesteld met een zeer beperkte en levensbedreigende prognose. Tijdens de huisbezoeken drukken zij hun wens uit om de kwaliteit van leven van Zoë zoveel mogelijk te bevorderen zonder echter levensverlengende behandelingen in te stellen. Zij vragen of de Kangoeroe deze wens mee kan ondersteunen naar de behandelende artsen toe. Ouders en thuisbegeleiders gaan samen op doktersconsultatie om deze precaire vragen in het juiste daglicht te kunnen stellen. Het wordt een lange en moeilijke consultatie maar na afloop kunnen alle partijen met voldoening terugkijken op het resultaat.

De volwassen cliënten, gezinnen of kinderen moeten de vrijheid voelen om hun eigen prioriteiten en grenzen te bepalen. Voor thuisbegeleiders betekent dit vaak dansen op een slappe koord.
 
Een thuisbegeleider verzucht op de teamvergadering:” Ik zou persoonlijk opteren voor een andere aanpak, maar dit past niet binnen de cultuur van het gezin. Een gespecialiseerd kinderdagverblijf is voorlopig geen optie voor de ouders.”

 Aandacht voor de eigenheid van de cliënt naar denken, voelen en willen

Euthanasie
Een hartstilstand treft Anja op 53 jaar, een langdurige coma is het gevolg. Na zes maanden coma zonder enige verbetering krijgt Luc, de partner van Anja, de keuze om zijn vrouw te laten opnemen in een rust- en verzorgingstehuis of naar huis mee te nemen. Luc verkiest om zijn vrouw thuis te verzorgen. De Kangoeroe helpt bij het organiseren van de levensnoodzakelijke zorgen voor Anja. De warme thuisomgeving doet Anja blijkbaar goed want na 4 maanden thuis begint zij uit haar coma te ontwaken. Er is vreugde en gespannen hoop. De periodes van bewustzijn worden steeds langer en na 1,5 jaar is Anja uit haar coma ontwaakt. De vreugde is echter van korte duur. De gevolgen van de coma zijn zeer ernstig op motorisch vlak, en Anja lijdt ook veel fysieke pijn. Intensieve revalidatie brengt geen soelaas. De letsels in de hersenen zijn te ernstig. Na 4 maanden vraagt Anja een eerste maal naar euthanasie. Met de Kangoeroe nemen we deze vraag ernstig. We helpen bij het ordenen van Anja’s gedachten rond haar vraag en maken de vraag bespreekbaar met Luc. Regelmatig duikt dit onderwerp terug op tijdens de huisbezoeken. We hebben de indruk dat Anja met deze vraag haar uitdrukkelijke wil kenbaar maakt en we nemen die dan ook ernstig. Het taboe wordt ter sprake gebracht in de ruimere familiekring en met de artsen In samenspraak met Anja en Luc schakelen we palliatieve thuiszorg in om het proces te  begeleiden. Eén jaar later stelt Anja effectief de vraag aan de huisarts. De huisarts respecteert haar keuze en neemt zijn verantwoordelijkheid op. Anja sterft volgens haar eigen wens in de huiskring, omringd door de mensen die haar dierbaar waren.
Voor Luc blijven de mensen van de Kangoeroe nog enkele maanden een belangrijk aanspreekpunt.

  

Het dubbel-tweezijdig begeleidingsmodel

 Dubbel staat voor enerzijds een gerichtheid naar de cliënt en anderzijds naar het netwerk rond de cliënt. Tweezijdig staat voor enerzijds de therapeutische en anderzijds de emancipatorische gerichtheid van de begeleiding.

In de thuisbegeleiding ontmoet je niet enkel het kind of de volwassen persoon met een handicap maar ook zijn leefomgeving. Het gezin, de familie, de buren en vrienden zijn - afhankelijk van de gezinscultuur - prominent aanwezig of eerder afwezig. In het begeleidingsproces zijn deze personen uit de omringende omgeving zeer belangrijk. Zij kunnen aangesproken worden om mee te denken en te handelen. Zij hebben vaak ook zelf vragen waarmee zij moeilijk ergens terecht kunnen. Aandacht voor broers en zussen, grootouders of andere belangrijke personen in de begeleiding is zeer belangrijk om een evenwicht te bewerkstelligen en iedereen de noodzakelijke aandacht te geven.

De Kangoeroe komt bij ons voor Sémir maar Hamza kijkt het meeste uit naar de bezoekjes van de thuisbegeleidster. Hij weet dat ze altijd wat speelgoedjes mee heeft voor hem en dat ze dan even samen spelen. Ik vind dit goed want er gaat al zo veel aandacht naar Sémir dat Hamza zich soms achteruit gesteld voelt. Ikzelf voel soms ook dat ik Hamza tekort doe omwille van de vele zorgen voor Sémir.

Bij Siebe komt er geen privé-kinesist. Mama en papa volgen de tips van de begeleiders van de Kangoeroe nauwkeurig op en gaan er zelf creatief mee aan de slag.

Wij vinden dat beter voor ons zoontje. We kunnen oefenen op de momenten dat het ons past en het voor ons zoontje goed is. We blijven ook veel beter zelf betrokken bij de evolutie. Ik denk niet dat een privé-kinesist op dit ogenblik een meerwaarde kan betekenen voor Siebe. Op deze manier behouden we ook meer vrijheid. De bezoeken aan de privé-kinesist zouden al snel een zware ingreep zijn in het leefritme van ons gezin.

Objectieven

Competentie van de cliënten en het cliëntsysteem verhogen
Kwaliteit van leven verhogen
Ombuigen van beperkingen naar mogelijkheden
Positieve beeldvorming

 

We illustreren deze doelstellingen aan de hand van enkele verhalen. Voorbeelden zijn zoveel sprekender. Abstracte woorden worden plots levende beelden. Een uitnodiging om in de leefwereld van de cliënten te stappen ...

Het verhaal van Kenzo

De ouders van Kenzo (2 jaar) zijn de wanhoop nabij. Ze overwegen zelfs een tijdelijke plaatsing van hun zoontje omdat ze “op” zijn. Ze hebben al een hele weg afgelegd met hun kind. Kenzo werd prematuur geboren en heeft een medische geschiedenis achter de rug. Nu hij, op zijn tempo, alle motorische stappen heeft doorlopen vertoont hij gedragsproblemen. Hoofdbonken, bijten en slaan zijn dagelijkse kost. De oudere broer en zus moeten het ook ontgelden en vermijden hun broer omdat hij hun speelgoed vernielt. Kenzo reageert hierop door nog meer ongewenst gedrag te stellen. Mama kan dit reactief gedrag niet plaatsen omdat ze dit nooit heeft gezien bij haar andere kinderen. Ze twijfelt aan haar opvoedingskwaliteiten en vraagt zich af: “Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd? Ligt het aan zijn vroeggeboorte? Is hij gefrustreerd omdat hij sommige zaken minder goed kan?”. De papa ontvlucht soms het huis omdat hij zijn zoon bij momenten “achter het behang kan plakken”. Hij verzucht: “Dit is toch niet normaal? Er moet daar toch iets aan gedaan worden?” Er heerst een gespannen sfeer in huis die alle gezinsleden treft.
Samen met de thuisbegeleiding wordt bekeken welke aanpak de ouders reeds hebben uitgeprobeerd, wat gewerkt heeft en wat niet. De ouders worden bevestigd in wat goed loopt en enkele nieuwe zaken worden uitgeprobeerd (time-out, negeren, extra structuur). Dit wordt wekelijks geëvalueerd.
De ouders worden ook doorgestuurd naar het COSvoor een volledig onderzoek van hun zoon met bijzondere aandacht voor de gedragsproblemen. De ouders reageren opgelucht: “Eindelijk iemand die ons ernstig neemt. We zeggen al zo lang dat er iets niet klopt. Nu gaat er iets veranderen.”
Verder wordt er uitgekeken naar een goede kinderopvang in de buurt omdat Kenzo onder andere uit verveling ongewenst gedrag stelt. De ouders krijgen tegelijkertijd ook de kans om op adem te komen en wat tijd door te brengen met de andere kinderen.
De combinatie van deze verschillende “acties” werkt. De moeder belt al tijdens de eerste dag dat Kenzo naar de opvang is naar de thuisbegeleidster om te zeggen dat ze nooit gedacht had dat dit zo vlot zou lopen. Ze voelt het effect al van even tijd te hebben voor zichzelf.
Kenzo stelt momenteel minder ongewenst gedrag en de ouders reageren vanuit meer zelfzekerheid op zijn buien. De rust is teruggekeerd in huis. De ouders hebben meer inzicht gekregen in de situatie, hebben hun schuldgevoelens kunnen opzijzetten en zien terug de positieve kanten van hun kind. Ze voelen zich weer stilaan meester over de situatie.

Te Zatopek

Vandaag veldloop voor alle scholen van Gavere. Vorig jaar hadden ze Arthur op school gelaten, met de gebroken armen en benen. Hij was er het hart van in. Dit jaar zouden we supporteren maar Nadine en zijn juf vroegen: zou hij niet meelopen? Ik dacht: de volle zeshonderd meter, eerst rond dat voetbalveld en dan door het bos en nog eens rond de wei? Op school deze morgen één al bedrijvigheid. De jongens lopen zich in het zweet. Arthur zegt: Dit is de mooiste dag van mijn leven. Ik begin ook te zweten. Helena van zijn klas: Arthur zou toch alleen maar supporteren? De tranen springen in zijn ogen. Ach ja Helena, die van Troje zorgde ook al voor geween. Fien, vorig jaar eerste in de veldloop, schiet Arthur te hulp: deelnemen is belangrijker dan winnen.
Om elf uur op het drassige terrein aan de Schelde. Hier zijn meer veldslagen uitgevochten. Arthurs zus Anna en zijn broer Elias stonden hier elk jaar op het podium. Start van de meisjes van het derde leerjaar. We supporteren voor Fien en de andere meisjes van zijn klas, ook voor Helena. Dan is hij aan de beurt. Ik sta achter hem, aan de start. Een jongen van ‘n andere school, uitzicht Engelse kostschool (met split netjes in het haar), bon chique bon genre, neerbuigend tegen mij: wat doe jij hier? Ik: meelopen met mijn zoon. Arthur: ja, ik heb een handicap. Hij tegen mij: dat mag niet, jij mag niet meelopen. Waarop de makkers uit Arthurs klas hem bijna in de Schelde duwen: dat mag wél, ‘t is Arthur!
Start. Na nog geen 100 meter begint zijn lange trainingsbroek af te slobberen en staan mama en papa zijn broek uit te trekken midden de wei. Ik sterf, Arthur geeft geen krimp. Begint weer te lopen, vraagt alleen: papa, gaan ze ons inhalen? Ik zeg: neen jongen, loop maar rustig verder. Een eerste keer aan de meet, het applaus is oorverdovend, knikkende kniëen. In het bos hoor ik hem naar adem snakken. Zou ik hem stiekem dragen, niemand die het ziet? Maar hij weigert, zelfs mijn hand slaat hij af. Halfweg hoor ik het lawaai aan de meet, de eersten komen aan. Arthur blijft ondertussen lopen, wil van geen wijken weten. We komen weer op de weide. Zijn mama komt op ons toe, kan niets zeggen, tenzij gesmoord: sla nu maar af, genoeg, recht naar de meet. Arthur weigert resoluut, gaat door. Hij is nu één en al spasme, best dat zijn therapeute Carla hem niet bezig ziet. In de laatste bocht gaat hij rechtdoor, strompelend. Ik zie beelden van Emile Zatopek, die liep als werd hij gemarteld, van Etienne Gailly, de Belg die in de laatste rechte lijn van de Olympische marathon van London zwijmelde en nog voorbijgelopen werd. Ik zie Karel Lismont, ook beetje krom en scheef. Maar ze bleven allen lopen, deze kampioenen, zo ook deze Arthur Couvreur. Nooit in zijn leven zal hij nog applaus krijgen als aan de streep. Ik zie juffen van vroeger, de tranen in de ogen, ik zie vreemden die applaudiseren voor dat onbekende jongetje, een straat achter maar eigenlijk de eerste. En hij wordt op het podium geroepen. Hij glundert, staat naast Lennert, tweede van de koers, ook van zijn school, ook een handicap want doof. Twee kinderen met
handicap op het podium in Gavere.

‘Klappen doen ze met hun vingers’

Amber ligt lekker zacht op het tapijt voor het raam, badend in het licht. Lekker onder het warme deken waar mama haar onder stopte na het zonnebad van deze middag. De woonkamer baadt in een weldoende sfeer.
Op mijn vraag of mama bij Amber bijzonderheden of krachten herkent moet ze even nadenken. Het is niet zo’n eenvoudige vraag. Amber kan niet spreken, ziet weinig en is motorisch afhankelijk. Toch, zegt mama, vertelt haar gezichtje ons precies hoe ze ons en de wereld aanvoelt, of ze geniet, hoe ze zich voelt, of ze blij of verdrietig is. Aan haar gezichtje zie je hoe ze volgt wat er gebeurt, wat we met haar doen, heel geconcentreerd en gericht. Een kleine verandering in haar uitdrukking vertelt dat we voorzichtiger moeten zijn, dat het voldoende is nu. Niet enkel mama, ook papa en broer Joran, oma en vake, de begeleiders begrijpen Amber precies, zonder een woord, zonder een groot gebaar. Met broer Joran heeft ze iets speciaals, die mag veel. Amber ligt vaak op de mat onder het deken en Joran gaat wel eens pardoes op haar zitten, vergetend dat ze daar is. Grote mensen moeten zeer voorzichtig zijn maar met Joran is dat even anders. Amber is intussen vijf en ze is altijd thuis. Eens per maand gaat ze naar het schooltje in het dorp in het klasje waar ze normaal zou zitten. Dat doet ze nu al bijna drie jaar. De kinderen kennen haar en zijn telkens blij wanneer Amber even naar de klas komt. Ze vragen wat Amber graag heeft en ze zijn heel voorzichtig. Klappen doen ze met hun vingers want ze weten dat Amber anders schrikt. De kinderen maken dan even de ruimte vrij voor Amber op de wijze die haar schikt.
Vóór Amber er was, hadden haar ouders een gezinnetje met twee gezonde kindjes gepland. Het lot beschikte anders. Of hun visie op dit leven veranderd is door de komst van hun dochtertje? Mama denkt kort na en praat over Franky, de “pleegbroer” van de papa. Franky heeft een mentale handicap: “We hadden het er vroeger soms over dat indien Franky ons kind geweest zou zijn we dat niet eens erg zouden gevonden hebben,” zegt ze. “Toch zouden we tijdens de zwangerschap geen keuze voor een kind met een handicap gemaakt hebben.” Toen Amber erbij kwam in ons gezin was dat wel wennen maar veel onrust of moeilijkheden zaaide dat niet. “Dit is Amber, ze is ons kind.” Broer Joran komt intussen met fietshelm en boekentas de woonkamer binnen en verklaart dat hij honger heeft van zijn dorst, of was het omgekeerd?  

Communicatietoestel

Bij de aanmelding was de hamvraag; hoe kunnen we terug met elkaar communiceren?
Vaesna werd 4 jaar geleden getroffen door een
hersenbloeding. De gevolgen waren zeer ernstig. Vaesna verplaatst zich nu in een rolwagen maar wat erger is voor het gezin is dat zij sinds haar hersenbloeding niet meer kan spreken. Elke vorm van communicatie is hierdoor zeer beperkt, met alle gevolgen vandien.
Gedurende vier jaar werden speciale programma’s voor afasie (uitvallen van de spraak) gevolgd. De communicatie kwam niet terug. We kozen vanuit de Kangoeroe voor alternatieve communicatie. De keuze viel op communicatiesoftware met symbolen en foto’s en met synthetische spraak. Er wordt een
heel leerproces opgezet om dit communicatiesysteem bruikbaar te maken voor Vaesna. We starten met de computer in de living. De personen van familiehulp, de verpleegsters, de buren en de familie krijgen de nodige informatie. Wij leren hen hoe ze deze software kunnen gebruiken om Vaesna beter te verstaan. Een buurman helpt om de nodige foto’s te maken die in het communicatieprogramma gebruikt zullen worden. Tijdens de wekelijkse individuele thuisbegeleidingen bouwen we een communicatiestrategie op. Vaesna oefent dit dagelijks in. Door het inschakelen van de dagelijkse leefomgeving van Vaesna is het communicatiemiddel succesvol. Vaesna voelt zich terug betrokken bij haar omgeving en wil haar communicatiemiddel niet meer missen. Ondertussen werd een aanvraag bij het Vlaams Agentschap gedaan voor een draagbaar communicatietoestel. De aanvraag kreeg een positieve beslissing. Zo kan Vaesna ook communiceren bij buitenhuisactiviteiten.